Onverwacht Nederland (en een beetje over de grens)

Categorie: Dorpen en stadjes in Rivierenland (Pagina 2 van 2)

Beneden-Leeuwen, van ‘tussendorp’ tot hoofddorp

Wamel, Beneden- en Boven-Leeuwen liggen als een 8 km lang lint langs de zuidelijke oever van de Waal. Tot 1900 gingen de katholieken uit de dorpen naar de kerk van Boven-Leeuwen, maar in dat jaar werd de nieuwe RK-kerk in Benedeneind – van het huidige Beneden-Leeuwen was nog geen sprake – ingewijd. Benedeneind groeide uit Beneden-Leeuwen.

De naam Leeuwen is afgeleid van het Germaanse woord ‘hlaiwa’ dat grafheuvel betekent. En ‘beneden’ staat voor ‘beneden aan de rivier’ ofwel stroomafwaarts. De Zandstraat, de drukke winkelstraat die dwars door het dorp loopt van oost naar west, is al heel oud. In 2002 werden bij opgravingen sporen van een oude Romeinse nederzetting teruggevonden.

Tussendorp

Aan deze straat liet pastoor Van Weert in 1898 de nieuwe kerk in neoromaanse stijl bouwen. Een statige kerk die een slagje te groot lijkt voor het huidige dorp. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag Beneden-Leeuwen in de frontlinie. In de voorgevel van de kerk kun je de schietgaten als gevolg van de Duitse beschietingen nog zien.
Na de bouw van de kerk maakte het ‘tussendorp’ een onstuimige groei door en overtrof al snel in grootte de beide buurdorpen. De oude historische bebouwing langs de Zandstraat en andere hoofdstraten is uit het straatbeeld verdwenen en vervangen door nieuwbouw. De kerk, het oude gemeentehuis en de korenmolen De Wielewaal zijn als herinneringen aan het oude dorp behouden gebleven. 

Tweestromenland

Beneden-Leeuwen ligt in het Land van Maas en Waal, de regio ten westen van Nijmegen ingeklemd tussen de rivieren de Maas en Waal en met het Kanaal van St.-Andries als oostelijke begrenzing. Het Streek Historisch Museum Tweestromenland is gehuisvest in het voormalig klooster St.-Elisabethgasthuis, waar franciscanessen zich wijdden aan zieken en kleuters. Het is dé plek om je te informeren over de geschiedenis van het dorp, te beginnen met de mammoet in de tuinzaal. Verder vind je er stijlkamers en oude ambachten. Probeer aan te sluiten bij een rondleiding door een van de vrijwilligers die met veel passie vertellen over de voorwerpen die in de zalen staan. Vol trots laat een van hen het henkelmannetje zien, het etensketeltje dat kinderen naar hun vader in de steenfabriek brachten.

Het dankbare Leeuwen

Vanaf de Zandstraat loopt de Dijkstraat naar de Waalbandijk. De geschiedenis van het dorp wordt gedomineerd door de strijd tegen het water. Op 1 februari 1861 brak bij de Klef de Waalbandijk door, wat een catastrofale overstroming van het Land van Maas en Waal tot gevolg had en verslagenheid teweegbracht in heel Nederland. Het dorp had 37 doden te betreuren. Koning Willem III bracht een bezoek aan het rampgebied. Ter herinnering aan zijn bezoek werd op de plek waar de koning voet aan wal zette een gedenkteken geplaatst. Het Watersnoodmonument staat wat verloren langs de dijk en bestaat uit een zuil op een sokkel met op de voorzijde het opschrift: ‘Aan Koning Willem den Derde en Hoogstdeszelfs Broeder Prins Hendrik. Het dankbare Leeuwen-12 Mei 1874’.

Kraanbaan

Tegenover het monument staat De Klef, het voormalig pakhuis van de Noord-Brabantse Coöperatieve Boerenbond (NCB). Boeren uit de omgeving konden er terecht voor poot- en zaadgoed, steenkool en zaken als afrasteringen, gereedschappen en dergelijke. De karakteristieke Kraanbaan, de stalen goederen-loopkraan tussen het magazijn en de laad- en losplaats voor binnenvaartschepen, bepaalde lange tijd de skyline van Beneden-Leeuwen. De Prins Willem-Alexanderbrug fungeert nu als blikvanger van het dorp. Iets verder ‘beneden aan de dijk’ herinnert ook De Wiel aan een eerdere dijkdoorbraak.

Terug in het dorp start tegenover de kerk het Lauwsepad, een 14 km lang klompenpad door het buitengebied van Beneden-Leeuwen.

Lienden: de erfenis van baron van Brakell

Aan de Provincialeweg N320 ligt ter hoogte van Ommeren op het landgoed den Eng het Streekmuseum Baron van Brakell. De baron was een bijzonder man. Daarover waren zijn tijdgenoten het eens. Een militaire loopbaan lag voor de hand voor een man van zijn stand, maar een ‘ongemak aan den voet’ weerhield hem daarvan. Hij werd boer, of liever landbouwpionier.

Van Brakell (1768-1852) was niet alleen zijn tijd vooruit in het boerenbedrijf, maar ook in de omgang met zijn pachters. De baron en zijn vrouw bewoonden Huize Den Eng. Het huidige huis, schuin tegenover het museum, staat op de plek van het in de Tweede Wereldoorlog verwoeste oorspronkelijke landhuis.   Het echtpaar kreeg geen kinderen en liet al zijn geld na aan een fonds voor de behoeftigen in Meerten, een buurtschap ten zuiden van Lienden. Ook de bouw van het nieuwe museum werd uit de nalatenschap bekostigd.

De Betuwe zoals het was

Loenden - Stijlkamer in streekmuseum Baron van Brakell
Stijlkamer in het streekmuseum

Het streekmuseum geeft een aardig beeld van het wonen en werken in de West-Betuwe in vroegere tijden. Rond een plein hebben de bakker, klompenmaker, schoenmaker, slijter en drukker hun winkels en werkplaatsen. Landbouw en vooral fruitteelt was (en is nog steeds) belangrijk in de Betuwe.  In de overige zalen zie je landbouwmachines en gereedschappen. In de kelder staat een imposante collectie boerenwagens die vroeger in het Rivierengebied werden gebruikt. Met enkele handelingen konden deze wagens als waren het moderne MPV’s  gebruikt worden voor het vervoer van graan, personen en soms voor begrafenissen. Voor het mooiste onderdeel moet je door de knieën: de rijkversierde voor- en achterhamels.

Grafeiland

Geldersch Landschap en Kasteelen beheert het landgoed den Eng. Bij de receptie van het museum ligt een folder met een bomenlijst aan de hand waarvan je door het bosplantsoen, ook wel door Van Brakelle de ‘wandeling’ genoemd, wandelt. In het bos stond op een heuveltje zijn kerkje. In de vijver direct achter het museum ligt een eilandje, waar Van Brakell en zijn vrouw liggen begraven. Achter de vijver ligt nog een heuveltje, waar zijn paarden werden begraven. Dieper het bos in ligt een klein hertenkamp.

Lienden

Het spandoek ‘Dames en heren, eet meer appels en peren’ brengt ons maar Natuurlijk Gruun, een boerenwinkel en appelcafé waar de Gruunse Appeltaart wacht. Dan is het tijd voor een wandeling.  Aan de voorzijde van het museum start het Batouwepad, een 16 kilometer lang klompenpad door het buitengebied van Lienden. Het pad brengt ons naar Lienden. Het eerste deel loopt door een appelboomgaard waar de roodgekleurde appels je in de hoogzomer toelachen. Een pure Betuwe-ervaring.

Op weg naar Lienden

Wie naar Lienden loopt, ziet vanuit de verte al de stoere toren van de dorpskerk in het landschap oprijzen. De toren doet bijna grootstedelijk aan. Het koor is het oudste deel van de kerk; het schip en de toren dateren uit de 15de eeuw. In de loop der eeuwen is er veel aan de kerk verbouwd, de laatste grote restauratie vond plaats in 1975-1982. Ook de tweede toren van Lienden, molen De Zwaan aan de Molenstraat, kun je nauwelijks missen. De molen werd in 1644 gebouwd op een belt (verhoging) om zo meer wind te kunnen vangen.
Het huidige Lienden is uit twee dorpen ontstaan: Lienden en Meerten. Beide dorpen zijn in de loop van de tijd aan elkaar gegroeid. Vanaf de Markt, het hart van het dorp, waaieren de oude wegen naar alle richtingen uit. Een tweede centrum ligt aan het einde van de Dorpsstraat rond het café Het Wapen van Lienden en het oude statige gemeentehuis. Via de Baron van Brakellweg wandelen we terug naar het museum dat met trots zijn naam draagt.

Links
Streekmuseum Baron van Brakell, www.streekmuseumbaronvanbrakell.nl
Klompenpad Batouwe, http://klompenpaden.nl
Natuurlijk Gruun, www.natuurlijkgruun.nl

 

Achterkant hamel

  Graf baron van Brakell

Beesd, een dorp met stadse allure

Beesd is een dorp met een rijke geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen. Het dorp had een kleine haven aan de Linge, een rivier die niet alleen voor welvaart zorgde, maar ook onheil en ellende bracht. Dankzij de ligging aan de Linge, destijds een belangrijke vaarweg waarvan schepen met handelswaar van en naar de stad Tiel veelvuldig gebruikt maakten. Al heel vroeg waren de landerijen en dorpspolders voorzien van dijken en kaden.

Huis aan de Voorstraat

Met steenen bevloerde straat

De huizen staan er naast en tegenover elkander, langs eene met steenen bevloerde straat, hetwelk men op geen ander dorp in den omtrek aantreft, waardoor dan ook het gevoelen bevestigd wordt, dat Beest oorspronkelijk tot eene stad aangelegd is’,

Zo beschreef de letterkundige Abraham Jacob van der Aa (1792-1857) Beesd in zijn Aardrijkskundig Woordenboek.

Drie straten en een kerk

Met de ‘met steenen bevloerde straat’ bedoelde Van de Aa de huidige Voorstraat. Deze vormt met zijn beplanting van geschoren lindebomen een voor het rivierengebied zeer karakteristiek dorpsbeeld. Samen met de achterliggende Midden- en Achterstraat vormen deze drie straten het centrum van het dorp. Ter hoogte van de Hervormde kerk verbreedt de Voorstraat zich tot een klein dorpsplein. Over de robuuste toren van de kerk schreef Van de Aa in lyrische woorden dat deze een ‘grootte stad tot sieraad zou verstrekken’.  Het 19de-eeuwse Beesd had stedelijke allures. De kerk werd in 1825 tot op de grond toe afgebroken en vervangen door het huidige gebouw. De toren, gebouwd rond 1500, gebruikten de dorpsbewoners als vluchtplaats wanneer de rivier de Linge buiten haar oevers trad.

Voorstraat

Voorstraat, Beesd

Het Dorpsplein vormt het startpunt voor een wandeling door Beesd. De Voorstraat maakt door de ruime opzet met brede stoepen en aan weerszijden van de straat geplante lindebomen, een voorname indruk. Hier woonden vroeger boeren, ambachtslieden, ambtenaren en bestuurders en kleine middenstanders. De Hoogstraat herinnert aan het 14de-eeuwse kasteel Huis te Beest ook wel   het Hooge Huys genoemd. Het gebouw aan de Achterstraat, dat nu nog de naam Hoge Huis draagt, was een bijgebouw. Op de terp staat een monumentale schuur uit 1901. Naast Het Hooge Huys telde Beesd nog twee andere versterkte huizen: het Lage Huys en het Blauwe Huys. Ook deze huizen zijn uit het dorpsbeeld verdwenen. De Middenstraat loopt tussen de Voor- en Achterstraat naar de Havendijk waar je tussen de huizen door zicht hebt op de Linge. Bij de kruising met de Voorstraat loopt een kort straatje naar de rivier.

De Vrijheid

De Molendijk loopt door een landelijke omgeving naar de molen De Vrijheid, een ronde stenen korenmolen. Op de plaats van De Vrijheid stond al sinds de 14e eeuw een molen die onder de abdij Mariënweerd viel. Het exacte bouwjaar van de huidige molen is onbekend, maar ligt ergens in de 18e eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden met de molen seinen gegeven aan het verzet. Bij de restauratie in 1968 heeft de tot dan toe naamloze molen zijn huidige naam “De Vrijheid” gekregen, als herinnering hieraan.

Mariënwaerdt

Vanaf de Havendijk is het een half uurtje wandelen naar de Heerlijkheid Mariënwaerdt, de eigentijdse naam voor Mariënwaard. Het landhuis staat op de plaats van de vroegere norbertijnenabdij Mariënweerd. De abdij werd gesticht in 1129. Tijdens de beeldenstorm (1566-67) legden troepen van Hendrik Brederode uit Vianen Mariënweerd in de as en roofden vele kostbaarheden . Het klooster was nu onbewoonbaar geworden. De abt en zijn kloosterlingen weken uit naar Culemborg. In 1734 liet Frederik Boeleman, graaf van Bylandt, een huis bouwen dat aan het einde van de 18de eeuw verbouwd werd tot het huidige Mariënwaerdt. Bij de Imkerij kun je een van de wandelingen over het landgoed oppikken.

Via de Voorstraat loop je langs de neogotische RK Kruisverheffingskerk (1877), een ontwerp van de Utrechtse architect Alfred Tepe, en Het Nut (1867), ooit spaarbank en bewaarschool, terug naar het Dorpsplein. En dan is het tijd voor een kopje thee of koffie met appeltaart in de fraaie tuin van Theetuin De Wensput (gesloten in 2025)

Meer Beesd

Begraven in Beesd

Nieuwere berichten »

© 2026 Zwerven door Nederland

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑